Carnac anders bekeken

In 2019 logeerden Stef en ik vier dagen in een B&B op de oever van de rivier Étel in de Bretonse regio Morbihan. Omdat Carnac niet veraf was, móesten we daarheen, vond ik. Want Carnac was toch het mekka van de menhirs, die stenen getuigen van lang vervlogen tijden.

Daar stonden we dan op die zonovergoten ochtend. We keken van achter de omheining naar de toeristen die wel een ticketje hadden gekocht om de site met de menhirrijen te bezoeken. Met rustige tred stapten ze over de paden tussen de menhirs. Was de toegang gratis geweest, dan waren we in zeker hun voetsporen gevolgd. Maar waarom betalen voor iets dat we ook vanop een afstandje konden zien, dachten we toen.

Stef maakte deze (grijzige) foto en vervolgens doken we het bezoekerscentrum (‘Maison des mégalithes’) in, omdat ik heel graag in de winkeltjes van bezoekerscentra rondsnuister. Je weet maar nooit welke unieke dingen je daar tegenkomt. Die dag vond ik er een papieren zakje met authentieke ‘graines de menhirs’ (Bretonse granieten menhir’zaden’), te zaaien in vruchtbare grond en even vaak te beregenen als in Bretagne. Vaak dus! 😉

Ik herinner me nog een expo in het bezoekerscentrum over een jongeman, Zachari le Rouzic, die geboren was in Carnac. Hij werd een verdienstelijk archeoloog mede dankzij zijn mentor, Schots archeoloog James Miln, en de opgravingen in Carnac begin 20e eeuw. Hij was ook degene die Carnac op de kaart zette en zo in zijn missie slaagde om de neolithische monumenten bekend te maken bij het grote publiek.   

De ‘Mont Saint-Michel de Carnac’

In mij brandde, net als op andere dagen in Bretagne, dat hevige verlangen om langs de kustlijn te gaan wandelen, onze blikken gericht op het water.

Maar eerst maakten we nog een tussenstop aan de ‘Tumulus de Saint-Michel’, ook wel de ‘Mont Saint-Michel de Carnac’ genoemd. Omdat we aan het bezoekerscentrum toevallig een bordje hadden gezien dat wees naar dit grafmonument. Tumuli, Romeinse tumuli dan, kenden we omdat ze terug te vinden zijn in Haspengouw, de regio waar we wonen. Die tumulus in Carnac bleek duizenden jaren ouder te zijn.

De ‘Tumulus de Saint-Michel’ is 6 meter hoog en 90m lang. Een trap tegen de heuvel brengt je naar de afgeplatte top, waarop een kapel en oriëntatietafel staan. Ik had die dag meer oog voor die oriëntatietafel en het omringende landschap dan voor de infoborden met de geschiedenis van deze tumulus. De opmerkelijke verhalen van deze grafheuvel gingen die dag compleet aan ons voorbij. De grootsheid van dit monument ook.

Docu ‘Carnac, The Neolithic Lost Kingdom’

Pas in 2024, toen ik op tv de documentaire ‘Carnac, The Neolithic Lost Kingdom’ zag, realiseerde ik me hoe rijk de geschiedenis was van Carnac en het neolithisch erfgoed van tumuli, menhirs en dolmen. Pas toen besefte ik hoe bijzonder die ‘Tumulus de Saint-Michel’ was, vooral als je weet in welke tijd hij opgetrokken werd: rond 4.500 v.Chr. Dat was lang voordat de farao’s startten met de bouw van hun piramides.

Toen ik de documentaire voor het eerst zag, wist ik dat als ik op een dag terug zou keren naar Carnac, ik met een heel andere blik naar het landschap en het neolithisch erfgoed zou kijken. Het voelde bijna oneerbiedig dat ik het in 2019 zo weinig aandacht geschonken had.

Ik herbekeek de documentaire enkele weken later, omdat ik zo overdonderd was door wat ik de eerste keer gezien had. Ik wilde de details vastleggen die ik toen gemist had, en ik begon ze te noteren, om ze beter te kunnen onthouden. Toen wist ik nog niet dat deze documentaire een grote bron van inspiratie zou worden voor mijn eerste Soirée bretonne in 2025.

De documentaire ‘Carnac, The Neolithic Lost Kingdom’ (2021) is opnieuw te bekijken op VRT MAX tot zaterdag 13/06/26.

Mysterieus nalatenschap

Rond Carnac hangen nog veel mysteries, zoals ‘Waarom werden die menhirrijen opgericht?’ Niemand die het met zekerheid weet. Hoe graag ik meestal ook wil weten hoe de vork aan de steel zit, toch denk ik hier: Laat het maar zo. We hoeven niet altijd alle mysteries te onthullen. Dan kunnen we onze fantasie nog de vrije loop laten.

Sinds 12 juli 2025  zijn de “Megalieten van Carnac en van de kusten van Morbihan (Frankrijk)” erkend als Unesco-werelderfgoed. Terecht! Laat ons hopen dat die nieuwe status ook voor de bescherming van dit landschap zorgt, zodat ook vele generaties na ons zich kunnen verbazen over dit opmerkelijk nalatenschap.

Over Carnac vertel ik je met veel plezier meer tijdens mijn Soirée bretonne, een avond vol typisch Bretonse dingen, persoonlijke verhalen en natuurlijk ook vleugjes mysterie.

Blokkeer zaterdag 12/09/26 in je agenda als je die avond mee wilt reizen naar Bretagne, vanop je stoel in Vakwerkhoeve Schakkebroek (Herk-de-Stad). Schrijf je ook in voor mijn nieuwsbrief. Dan nodig ik je persoonlijk uit van zodra je tickets kunt reserveren.  

En nog dit

Plaatsen die erkend worden als Unesco-werelderfgoed zijn “plaatsen van uitzonderlijke universele waarde voor hun cultureel of natuurlijk erfgoed. Omdat ze onvervangbaar zijn, worden ze ingeschreven op de werelderfgoedlijst, om ze te bewaren voor de komende generaties.”

Er werden al meer dan 15.000 (!) menhirs geteld rond Carnac (soms verborgen onder aarde of zeewater) en er wordt nog altijd onderzoek naar gedaan.  

Het woord neolithisch verwijst naar alles binnen de periode van het neolithicum (Nieuwe Steentijd) dat in het oude Bretagne startte rond 5.000 v.Chr. en eindigde rond 2.500 v.Chr. Het was de periode waarin de jager-verzamelaars zich begonnen te vestigen en agrarische gemeenschappen startten.